boekrestaurateur, boekrestaurator, boekenrestaurateur, boekrestauratie, boekenrestauratie, restauratie van boeken, papierrestauratie, papierrestaurateur, papierrestaurator, restauratieatelier, restauratie, conservatie
boekrestaurateur, boekrestaurator, boekenrestauratie
papierrestaurator, papierrestaurator
boekrestaurateur, boekrestaurator, boekenrestauratie
boekrestaurateur, boekenrestaurateur
Voordracht gehouden door W.Smit (KB) op 11 juni 1993 op de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, in het kader van een studiedag 'ethische aspecten van de preservatie en restauratie van oude documenten' die werd georganiseerd door de Contactgroep Zeldzame en Kostbare Documenten i.s.m. het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.

BOEKRESTAURATIE: ENKELE THEORETISCHE OVERWEGINGEN

Dames en heren,

Ik wil met u vanmorgen in gaan op de gedachten-ontwikkelingen op het gebied van de boek- en papierrestauratie die zich in Nederland de afgelopen jaren hebben voorgedaan. Het theoretische kader van mijn verhaal is niet geheel autonoom. maar het resultaat van nu al ruim 15 jaar voortdurende discussies met conservatoren en collega restauratoren, van het leren van eigen fouten en fouten van anderen.

Ik hoop dat u mij niet kwalijk wilt nemen als mijn betoog soms provocerend, wat zwart/wit of lichtelijk ongenuanceerd is. Achter deze wijze van spreken zit niet meer dan mijn bedoeling om u te prikkelen tot discussie vanmiddag.

Inleiding

Het resultaat van menselijk handelen wordt in algemene zin beoordeeld in goed of slecht. Voor een aantal zaken zijn er duidelijke normen ontwikkeld, b.v. in de rechtspraak zijn door middel van wetten en jurisprudentie de grenzen vastgelegd voor wat wel mag of niet mag. In de medische wetenschap zijn er normen ontwikkeld t.a.v. het respect voor het menselijk leven.
Wel is zo dat de interpretatie van goed en slecht verschilt in cultuur en tijd.

Op het gebied van de restauratie in brede zin en die van de boek- (en papier)restauratie in het bijzonder is geen regelgeving die onderscheid maakt tussen goed en slecht handelen, tussen goede en slechte restauraties. En, dat zult u hoop ik met mij eens zijn: dat is maar goed ook. Voorwerpen van kunst en cultuur lenen zich niet voor (verstarde]) regelgeving. De consequentie is wel dat er een bijna anarchistisch beleid is in de besluitvorming over restauratie. Ook de opinies over het goed of slecht zijn van uitgevoerde restauraties kunnen behoorlijk uiteen lopen. Die verscheidenheid aan meningen komt doordat de objecten bekeken worden vanuit verschillende gezichtspunten. Voor een particulier of antiquaar kunnen de normen voor een goede restauratie geheel anders zijn dan voor een conservator. De eersten zullen vooral waarde hechten aan de esthetiek. Een uitgangspunt is dan dat restauratiesporen liefst niet zichtbaar zijn en dat een boek door de restauratie er duidelijk opgeknapt moet uit zien. Bij conservatoren zal het boek eerder in een wetenschappelijke context zijn geplaatst. En staat de informatie die een boek kan geven centraal. Natuurlijk zijn er nuanceringen: er zijn particulier boekbezitters die hun boeken koesteren als historisch object en je hebt ook conservatoren bij wie het alleen om een mooie band gaat. Ik wil mij vandaag hoofdzakelijk richten tot de beheerders van collecties, de conservatoren en de aanwezige restauratoren.

Ik vind dat een oordeel over een goede of een slechte restauratie slechts gegeven kan worden na het beschouwen van alle consequenties van een uit te voeren restauratie, in samenhang met de beschouwing van alle consequenties indien niet tot restauratie wordt overgegaan. Het nadenken over de dilemma's die leiden tot bepaalde keuzes in dit verband vormt de essentie van wat men de restauratie-ethiek is gaan noemen.

Het begin

Eind jaren zeventig begon in Nederland een discussie over de restauratie-ethiek in archieven en bibliotheken. Deze discussie vond zijn oorsprong in een specialisatie-cursus voor archiefrestauratoren die gegeven werd op het Centraal Laboratorium voor Onderzoek aan Voorwerpen van Kunst en Wetenschap te Amsterdam. Het plan om een restauratie-ethische code te ontwerpen werd geboren toen tijdens deze discussies bleek dat de restauratoren onderling geen gemeenschappelijk begrippen apparaat hadden, laat staan een gemeenschappelijk stelsel van normen. Een even belangrijke aanleiding was het feit dat collectiebeheerders in hun contacten met restauratoren er niet altijd blijk van gaven de restauratieproblematiek in al zijn complexiteit te doorzien, zodat vaak ad hoc opdrachten werden gegeven en beslissingen werden genomen zonder dat er voldoende inzicht was over alternatieven.

Om het anarchistische restauratie-beleid en de restauratiepraktijk toch enige structuur te geven ontwierpen een vijftal studenten, waaronder ik, onder leiding van de kunsthistoricus en restauratiedeskundige Ernst van de Wetering begin jaren tachtig een concept restauratie-ethische code voor archieven en bibliotheken. In 13 paragrafen werd een stelsel van normen geformuleerd waarbinnen de restaurator zijn werk zou moeten/kunnen verrichten. Aangezien dit stelsel van normen nog niets aan actualiteit heeft ingeboet zal ik, in het belang van de discussies van hedenmiddag, de belangrijkste elementen van deze code kort naar voren brengen, zij het met enige parafrasering en met enige toelichting.
Achtereenvolgens zullen dit zijn:

1 - de deskundigheid en ervaring van de restaurator;

2 - de authenticiteit;

3 - de waarde van het object;

4 - de demontage van een object;

5 - verlies aan informatie door restauratie;

6 - motieven;

7 - reversibiliteit;

8 - het recht om restauratie te weigeren.

Ik zal nu kort op deze elementen van de code ingaan.

1 - De deskundigheid en ervaring van de restaurator:

Van een restaurator moet een bepaalde mate van deskundigheid geëist worden. Toch mag niet als vanzelfsprekend worden aangenomen (ook niet door de restauratoren zelf) dat hij zonder meer tegen elk conserverings- en restauratieprobleem is opgewassen. Er moet respect zijn voor een restaurator die zijn grenzen kent; en begrip zijn voor een restaurator die niet à la minute een probleem in al zijn facetten kan doorzien. Bij het restaureren van bijzonder waardevolle of zeldzame stukken zoals handschriften en incunabelen moet ook gelet worden op de ervaring. Lijkt het niet logisch dat iemand eerst een jarenlange ervaring moet opdoen met relatief minder zeldzame en of kostbare werken? Gebeurt dit ook niet al bij de schilderijen restauratie? mag zomaar een iedere restaurator - of in extremer geval een aankomend restaurator - een Rubens of Rembrandt restaureren? Hoewel...ook na een nauwkeurige keuze kan het mis gaan. Uit de, ook uitvoerig in het nieuws, gevoerde discussies over de in 1991 gereed gekomen restauratie van Barnett Newman's schilderij 'Who is afraid of red yellow and blue III' uit het Stedelijk Museum van Amsterdam, door de in bepaalde kringen befaamde Amerikaanse restaurator Goldreyer, kan afgeleid worden dat er helaas altijd onvermoede risico's zijn.

2 - Indeling naar authenticiteit:

Bij het opstellen van een behandelingsplan dienen de eis tot behoud van de authenticiteit en de verwachtingen omtrent het toekomstig functioneren van het object (b.v. veel gebruik/weinig gebruik) in aanmerking te worden genomen. Het zal duidelijk zijn dat er voortdurend dilemma's zijn als we bedenken met welke vormen van authenticiteit we al niet te maken kunnen krijgen. De kunsthistorica Nicole Ex heeft in haar zojuist verschenen boekje 'Zo goed als oud - de achterkant van het restaureren' (Amber, Amsterdam, mei 1993 ISBN 90-5093-238-X) een aantal authenticiteits-aspecten bij elkaar gezet.
Om er maar enkele te noemen:

-        de subjectieve authenticiteit;

-        de materiële authenticiteit;

-        de contextuele & functionele authenticiteit;

-        de historische en ahistorische authenticiteit.

De subjectieve authenticiteit: heeft alles te maken met de geloofwaardigheid van een object. Op het moment dat men b.v. geconfronteerd wordt met een boek en men merkt dat het niet meer de oorspronkelijke band heeft, of dat er bij restauratie te veel is ingegrepen, verliest het boek zijn glans van oorspronkelijkheid .

De materiële authenticiteit - onlosmakelijk verbonden met de subjectieve authenticiteit - en daarom het belangrijkste element bij het authenticiteits beleven.

In onze Westerse cultuur hangt de acceptatie van de historiciteit nauw samen met de materiële authenticiteit: origineel materiaal. Wij accepteren niet zomaar de overgeleverde tekst, maar willen zelf, zo mogelijk, terug naar de oorspronkelijke bron. Niet alleen voor het beleven van de historische sensatie, maar ook om te speuren naar nog onontdekte gegevens, of om op basis van nieuwe inzichten, gegevens te kunnen herinterpreteren.

De materiële authenticiteit kan in het (oude)boek door de verscheidenheid van materialen, en de samenhang tussen het geschrevene of gedrukte, de materiaalgegevens, en gebruiks- en verouderingssporen op vele manieren een fundamentele rol spelen bij onderzoek naar b.v. herkomst of datering.

De contextuele & functionele authenticiteit d.w.z. de intentie van de maker en de functie van een oud boek. De intentie van de maker kan er op gericht zijn een degelijk product te leveren t.b.v. het `dagelijks gebruik'. Maar worden b.v. handschriften en oude drukken nog wel zo frequent gebruikt, of hebben de stukken nu een functie als wetenschappelijk object: incidenteel nodig voor onderzoek van tekst en of bandconstructie. Is die functionele authenticiteit dan nog belangrijk? Moeten zij wel weer zo stevig zijn? Er kan dus voor een belangrijk deel een verschuiving plaats vinden van de functionele naar de materiële authenticiteit - met alle consequenties voor een restauratie.

De historische- en ahistorische authenticiteit - moet een boek gerestaureerd worden naar zijn oorspronkelijk verschijningsvorm (ahistorische restauratie): moet dus de geschiedenis van een boek worden weggepoetst of moeten latere toevoegingen (herstelwerkzaamheden) wel betrokken worden bij de restauratie, hoe storend deze toevoegingen ook kunnen zijn voor materiële authenticiteit, m.a.w. een historische restauratie. Zoals u merkt een keuze met betrekking tot een ingreep kan vaak voor het stuk ingrijpende en verstrekkende gevolgen hebben.

3 - De waarde van een object:

De restaurator mag de kwaliteit van de behandeling niet afhankelijk maken van de wetenschappelijke waarde of handelswaarde van het te behandelen object. De achterliggende gedachte is dat wetenschappelijke waarde en handelswaarde relatief zijn - wat vandaag niet interessant is kan over een bepaalde tijd wel in de belangstelling staan.

4 - De demontage van een object:

Het geheel of gedeeltelijk uit zijn verband halen van een uit meerdere elementen samengesteld object dient naar mogelijkheid vermeden te worden. Indien demontage onvermijdelijk is moet deze tot een minimum beperkt worden.

Dit is bijvoorbeeld voor de charterrestauratie een niet te onderschatten paragraaf. Het verbreken van de verbinding charter-zegel kan van grote invloed zijn op beoordeling over de originele staat van het gehele stuk. Ook bij demontage van b.v. boeksloten moet men oppassen, nieuwe nagels kunnen onduidelijkheid scheppen of deze sluitingen wel altijd op het boek gezeten hebben.

5 - Verlies aan informatie door restauratie;

Bij het restauratieplan moet rekening gehouden worden met mogelijke gevolgen van de behandeling voor de fysieke toestand en de toekomstige wetenschappelijke interpretatie van het object (dit geldt uitdrukkelijk ook voor de delen die na restauratie niet meer zichtbaar zullen zijn, b.v. een bandrug die weer met leer of perkament bedekt wordt). M.a.w. voorafgaande aan de behandeling van een object dient de vraag gesteld te worden of deze behandeling in de toekomst nadelige gevolgen voor het object kan hebben. Dat ligt voor de hand zult u ongetwijfeld denken. Moeilijker wordt het indien men zich dan ook moet realiseren of de behandeling in de toekomst de wetenschappelijke interpretatie van het object kan beïnvloeden. Bij het wetenschappelijk onderzoek naar de bindconstructies van middeleeuwse handschriften en incunabelen dat nu pas goed op gang lijkt te komen is gebleken dat restauratie altijd verlies oplevert. Er zijn in dit verband talloze voorbeelden te gegeven van verloren gegane informatie, verloren omdat de relevantie ervan op dat moment nog niet herkend was. En gerechtvaardigd is daarom de vraag: welke informatie gaat vandaag verloren omdat wij de toekomstige relevantie van bepaalde gegevens niet kennen?

6 - Motivatie:

De kwaliteit van een behandeling dient niet in de eerste plaats afgemeten te worden aan de mate waarin een stuk zichtbaar is opgeknapt. Het is daarom van belang om motieven die bij de beslissingen op restauratiegebied een rol spelen nauwkeurig te onderzoeken in een poging oneigenlijke motieven te herkennen en buiten de overwegingen te houden (b.v. geldelijk voordeel, te veel eigen vakkennis willen tonen). Daarnaast zijn begrippen als netjes, haaks, degelijk, gaafheid e.d. als normen niet van toepassing bij onherroepelijk door de tijd getekende voorwerpen.

7 - reversibiliteit:

De middelen en methoden bij behandeling van een object dienen zo gekozen te worden dat de behandeling naar mogelijkheid in de toekomst ongedaan kan worden gemaakt zonder dat de authentieke materie en structuur van het object daarbij gevaar loopt. Ik zal op dit onderwerp aan het eind van mijn bijdrage nog terug komen.

8 - Het recht om restauratie te weigeren:

Op deze laatste paragraaf van de code zal ik zo dadelijk verder ingaan.

Kortom, de rode draad door de restauratie-ethische code is de grote mate van terughoudendheid die moet worden betracht bij het restaureren van archief- en bibliotheekmateriaal. Het uitgangspunt van de code is om met zo weinig mogelijk ingrijpen toch een optimaal resultaat bereiken. De normen vormen een pleidooi om te zoeken naar een aanvaardbaar minimum bij de uit te voeren restauraties en zijn bedoeld als tegenwicht tegen de bestaande neiging om al te drastisch 'te saneren'. Want waren het, en zijn het soms nog wel, niet vrijwel altijd boekbinders die werden - en worden - aangesteld om archief en bibliotheekmateriaal wat "op te knappen". Boekbinders met hun onvermijdelijke instinctiefmatig drastische ambachtelijke aanpak en beroepsesthetiek. Gelukkig heeft ook Nederland sinds begin jaren tachtig een formele Middelbare- en Hoger beroepsopleiding tot restaurator. Het overheidsbeleid is nu om alleen die personen als restaurator aan te stellen die deze Restauratoren-opleiding hebben gevolgd.

Ik wil nu kort ingaan op een aantal weerstandsreacties die deze restauratie-ethische discussies ondervonden. Ten eerste kwamen die uit de hoek van de puur ambachtelijk ingestelde restauratoren die, zoals ik eerder opmerkte, over het algemeen geschoold waren als boekbinder. Zij zagen de discussie vooral als veroordeling van hun werkzaamheden. Werkzaamheden die uiteindelijk ook altijd instemming hadden gehad van de opdrachtgevers. Ook de particulier werkende restaurator protesteerde. Men was vooral bang dat de terughoudendheid die bepleit werd er toe zou leiden dat er helemaal niet meer gerestaureerd zou mogen worden, terwijl de opzet van de samenstellers van de code was, middels een bewustwordingsproces, om na te denken of het misschien niet anders moet. En dit anders betekent niet in alle gevallen minder werk. In een aantal gevallen juist meer: b.v. schutbladen redden betekent meer werk dan schutbladen wegdoen en vervangen, een houten of kartonnen boekplat repareren kan meer werk zijn dan gewoon vernieuwen; een zorgvuldige handmatige papierrestauratie is meer werk dan het blad via de machinale aanvezeltechniek herstellen.

In de laatste paragraaf van de code was aangegeven dat een restaurator het recht zou moeten hebben om opdrachten te weigeren die in strijd zijn met zijn ethische normen. Er zou een onafhankelijke instantie moeten worden aangewezen, die, indien deze weigering tot een conflict leidt, kan worden gevraagd te bemiddelen of een uitspraak te doen over de mate van gerechtigheid der strijdige standpunten. Het behoeft hier verder geen betoog dat met name deze paragraaf aanleiding was om de restauratie-ethische code nooit een formele status te geven. Dit in het licht gezien van de hiërarchische overheidsstructuur waarin restauratoren -in Nederland - zich vaak bevinden. Desondanks heeft deze code door zijn uitstralende effecten zijn nut wel bewezen. Dat mag ook blijken uit het volgende: in 1991 is er in Nederland een Belangen Vereniging Restauratoren (VeRes) opgericht waar restauratoren uit allerlei disciplines zich bij hebben aangesloten. Leden en aspirant-leden ondertekenen bij aanmelding een verklaring dat zij zich onderwerpen aan de door VeRes opgestelde restauratie-ethische code.

Behalve de zojuist genoemde weerstand uit de praktijk van de restauratie, van de ambachtelijk ingestelde restauratoren en particulier restauratoren en t.a.v. het recht tot weigeren, waren er ook opdrachtgevers/conservatoren niet gelukkig met de nieuwe ontwikkelingen. Zij werden, en worden, in hun vaak onaantastbare autoriteit betwist door restauratoren die hen wijzen op de

consequenties van hun opdrachten. Zo konden en kunnen conflicten ontstaan tussen aan de ene kant met name conservatoren die hun collecties afschermden tegen al te pragmatische restauratoren; en restauratoren die de opvoeding ter hand namen van al te esthetisch ingestelde conservatoren.

Vooral het laatste - de esthetiek - is een aspect dat nogal prominent aanwezig kan zijn bij een pleidooi ten gunste van restauratie. Nicole Ex heeft, in haar eerder aangehaalde boek, in dit verband het volgende verwoord, ik citeer: 'De aantasting die door culturele waarden wordt veroorzaakt, heeft te maken met de behoefte van mensen om hun eigen mening aan voorwerpen op te dringen. Het bewust aanbrengen van veranderingen ontstaat vanuit de cultuur imperialistische overtuiging dat het eigen (smaak)oordeel een meerwaarde voor het object betekent' einde citaat. Misschien is dit wel de kern van de restauratie-behoefte. Mogelijk maakt deze overtuiging wel blind voor de toekomstige consequenties van restauraties en is dit wel de oorzaak dat tot op heden nog steeds zeldzame middeleeuwse handschriften, incunabelen en andere kostbare boekwerken, worden gerestaureerd. Boeken die vaak zelden worden geraadpleegd. Vaak onaangeroerde bronnen van wetenschappelijke informatie, worden gerestaureerd, meestal niet vanuit wetenschappelijke beweegreden maar om subjectieve beweegreden. Ik was enige weken geleden bij een universiteitsbibliotheek waar in de afgelopen jaren vele middeleeuwse banden zijn gerestaureerd omdat bij een eerdere aanpak - zo'n 90 jaar terug - een in de ogen van de conservator - lelijke reparatierug was aangebracht. Toen werd alleen een reparatierug aangebracht en werd de bindconstructie intact gelaten, nu zijn ze alle 'deskundig' gerestaureerd. Ze zijn volledig gedemonteerd, opnieuw genaaid en weer in elkaar gezet. De banden zien er nu fantastisch uit. Maar de toekomstig onderzoekers zullen zich misschien de haren uit trekken bij zoveel vernietiging van gegevens over originele middeleeuwse-bindconstructies.

Aan de andere kant de restauratie-ethiek impliceert beslist niet dat niets mag. Het is ook geen modieus denken over minimalisme. Ik wil daarom ook benadrukken wat Hanna Jedrzejewska in haar restauratie-ethische code verwoord heeft - dat het nalaten van een noodzakelijke behandeling ook onethisch is (men denkt maar aan schimmelschade, insectenaantasting, of veelvuldig gebruikte 16de-17de of 18de eeuwse naslagwerken). Nogmaals in de restauratie-ethiek ligt besloten dat men nadenkt en afweegt, alle voor- en nadelen inventariseert.

Het zal u waarschijnlijk niet verbazen als ik zeg dat op de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag t.a.v. de restauratie de laatste jaren een zeer terughoudend beleid wordt gevoerd - de laatste 15 jaar is er slechts één incunabel gerestaureerd, zij het dat wel toevallig een convoluut was met 13 titels, die, door insecten aantasting, in een zo slechte staat waren dat raadpleging niet meer mogelijk was. Gezien de grote aanslag die in het verleden door boekbinders en restauratoren op de middeleeuwse handschriften-collectie is gepleegd koestert men de nog ongerestaureerde handschriften zorgvuldig. Bij de restauraties van de werken uit 16de tot 19de eeuw wordt een grote terughoudendheid nagestreefd, vooral bij het demonteren van gehele boekblokken. Het spreekt vanzelf dat van de restauratoren van de Koninklijke Bibliotheek een grote mate van deskundigheid en ook inventiviteit wordt verwacht om, zo als eerder gezegd, door minimaal ingrijpen een optimaal resultaat te bereiken. Via de betrokkenheid van de Koninklijke Bibliotheek bij restauraties van andere instellingen heeft dit beleid ook een landelijke uitstraling. Grote aandacht binnen de Koninklijke Bibliotheek is er voor preventie en conservering. Deze aandacht voor preventie en conservering heeft op dit moment overigens ook hoge prioriteit bij vele archieven, bibliotheken en musea in Nederland. In het kader van het Deltaplan  Cultuurbehoud stelt het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in 1991 t/m 1996 jaarlijks oplopend van 4 miljoen gulden in 1991 tot 40 miljoen gulden in 1996 (resp. ca. 74 - 740 milj. BFR) ter beschikking t.b.v. preventie (klimaatregelingen in gebouwen) en conservering - b.v. materialen verpakken in zuurvrije omslagen dozen. Voorkomen is toch beter dan genezen? Daarnaast zijn de gelden bedoeld voor inventarisatie van de collecties.

In het laatste deel van mijn voordracht wil ik, zonder afbreuk te doen aan hetgeen ik hiervoor heb gezegd, wijzen op een aantal aspecten van de restauratie die mij soms het angstige gevoel geven dat een volledig juiste, verantwoorde wijze van restaureren eigenlijk een onbereikbaar ideaal is. En dat de weg die gewetensvolle restauratoren, met de beste bedoelingen, gaan vaak geplaveid is met onhaalbare voornemens en ruim voorzien is van onverhoedse valkuilen en verborgen  . Deze, ik noem ze maar illusoire aspecten van de restauratie zijn voor het merendeel vooringenomen standpunten, stellingnames die in ons vakgebied nu eenmaal hun plaats verworven hebben, maar in de restauratie-ethische discussie volgens mij toch enigszins gerelativeerd en genuanceerd moeten worden.

Ik wil bij u aspecten onder de aandacht brengen zoals: 1 - de terminologie;

2 - het aspect van de historische constructie;

3 - de materialen;

4 - de reversibiliteit;

5 - de documentie.

1 - De terminologie

De interpretatie van het begrip restauratie heeft een grote transformatie ondergaan. Vaak is restauratie, bij het ontbreken van informatie aan het boek zelf, niet meer dan een, meer of minder, goed geslaagde reconstructie - een persoonlijke interpretatie van een restaurator of conservator over b.v. hoe de bindconstructie is geweest van een bepaalde middeleeuwse boekband.

En is het niet correcter om herstel werkzaamheden - t.b.v. van het voorkomen van verdere achteruitgang van een niet meer perfecte constructie - reparaties of conserverende handelingen te noemen in plaats van restauraties? Want zijn reparaties er niet om restauratie te voorkomen?.

Overigens is aan de wir-war van benamingen van boekbind- en boekbandtermen en begrippen mogelijk een einde gekomen door een in 1992 gereed gekomen publicatie van de heren Gnirrep, Gumbert, Szirmai. De publikatie heet `Kneep & Binding' en bevat een terminologie voor de beschrijving van de constructie van oude boekbanden. De uitgave van deze publikatie is verzorgd door de KB in Den Haag en is ook daar te bestellen.

2 - Het aspect van de historische constructie.

Vaak wordt door gebruikers geklaagd dat een boek na restauratie - u hoort ik gebruik het begrip restauratie maar weer gewoon - zo slecht open gaat. Een boek moet in het ergste geval met beide handen worden vastgehouden anders klapt het dicht. Maar is het niet zo dat dit euvel niet alleen bij de restaurator ligt maar besloten ligt in de constructie van de gereconstrueerde bindtechnieken - Ik mag u in dit verband van harte aanbevelen de artikelen te lezen van prof. Szirmai die veel onderzoek heeft verricht naar de bind-constructies van vroeg middeleeuwse banden.(een interessant artikel in dit verband staat ook in de door Hartmund Weber verzorgde uitgave van `Bestandserhaltung in Archiven und Bibliotheken een uitgave van Staatlichen Archivverwaltung Baden Würtenberg, 1992).

Het valt te betwijfelen of de pas gebonden boeken in het verleden wel goed open gingen. Gebruik zorgde voor het goed open gaan (vgl. je koopt nu een nieuw boek - pocket - gaat slecht open etc.) Een boek gaat in vele gevallen alleen maar goed open wanneer de bindconstructie door veelvuldig gebruik zich niet meer in perfecte conditie bevindt en - of - de platbedekking of bandrug wat los zit. Bovendien hebben bekledingsmateriaal en de bindingen, touwen of riemen, in de loop der eeuwen door veroudering een bepaalde souplesse gekregen. Een ieder die met oude boeken omgaat weet dat het heel plezierig omgaan is met oude banden. Goed, de rug is wat kapot of de platverbinding is niet meer geheel intact, maar de boeken laten zich tenminste goed hanteren. Veel banden die in het verleden intensief zijn gebruikt hadden zodanige schade dat ze in het verleden, soms vrij snel al, en soms meerdere malen, een andere band hebben gekregen. Dit is niet in de laatste plaats de oorzaak dat zo relatief weinig boeken uit de middeleeuwen hun oorspronkelijke band nog hebben. Grof materiaal, houten borden, dikke bindingen, soms toch ook zwaar perkament of papier tezamen met een, zoals gezegd, in feite niet geschikte bindmethode veroorzaakten schade; aan band en illuminaties. Paradoxaal is dat wij bij restauratie willen dat de oorspronkelijke technieken weer worden gebruikt, technieken waarvan wij nu weten dat zij ongeschikt zijn, en die alleen maar goed functioneren wanneer zij weer wat kapot gaan. Is dit nu niet restauratie tot in zijn uiterste consequentie doorgevoerd?. Ik sluit mij dan ook van harte aan bij de discussies die pleiten in geval dat een boek helemaal geen band heeft, of een slecht functionerende niet-contemporaine band, voor de z.g. conserveringsband, niet in alle gevallen, maar de keuze moet bespreekbaar zijn.

3 - Materialen

Van de materialen die gebruikt worden wordt vaak gezegd dat oorspronkelijke materialen zijn zoals ze in het verleden ook zijn gebruikt. Maar geldt dit voor alle gevallen? In hoeverre is b.v. het huidige plantaardig gelooide leer te vergelijken met al het plantaardig gelooid leer van honderden jaren geleden. En was in het verleden dat plantaardige leer in alle gevallen wel zo goed? En hoe betrouwbaar is ons huidige leer nu eigenlijk. Een recent onderzoek dat het Centraal Laboratorium van Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap, te Amsterdam heeft verricht voor de Koninklijke Bibliotheek t.a.v. een aantal leersoorten die voor restauratie wordt gebruikt, toont aan dat de meeste leersoorten niet met de voor ons doel juiste stoffen zijn gelooid, of dat nog andere ongewenste chemische stoffen aanwezig zijn. Verkrijgen van gegevens over het looiproces van de fabrikant zelf is vaak onbegonnen werk. Daarnaast is de betrouwbaarheid van de levering van leer volgens vooraf opgegeven specificaties minimaal. Nieuw leer kan wel chemisch geanalyseerd worden, maar een onderlinge vergelijking naar de duurzaamheid tussen de verschillende leersoorten kan nog niet uitgevoerd worden wegens het ontbreken van betrouwbare test methoden. Wat dit laatste betreft gloort er mogelijk licht aan de horizon. In Europees verband zijn een aantal instituten, waaronder het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, bezig met het ontwikkelen van een betrouwbare methode voor een kunstmatige veroudering van leer.

4 - reversibiliteit

Een stelling in de restauratie is: middelen en methoden voor de behandeling van een object dienen zo gekozen te worden dat de behandeling in de toekomst ongedaan gemaakt kan worden
zonder dat de materiële authenticiteit en structuur van het object daarbij gevaar lopen. Maar realiseert u zich dat het idee van reversibiliteit in zoverre betrekkelijk is dat elke ingreep in feite onuitwisbare sporen nalaat. En als we in herinnering halen wat ik eerder gezegd heb: de behandeling mag de wetenschappelijke interpretatie van het object niet beïnvloeden, waarbij ik dan ook denk aan mogelijk (toekomstig) natuurwetenschappelijk onderzoek, zoals b.v. dateringsmethoden van b.v. leer of perkament, liggen ook hier weer vele valkuilen. (leerdressing) In verband met reversibiliteit wil ik nog een alinea uit het boekje van Nicole Ex, met een kleine parafrasering, aanhalen:

De onaantastbaarheid van schoonheid is schijn. Boeken worden door de loop van hun lot getekend: zorg, onverschilligheid en agressie hebben hun huidige conditie bepaald. De wegen die zij aflegden, de luisterrijke zalen waarin ze zijn tentoongesteld of de vochtige kelders en stoffige zolders waarnaar ze zijn verbannen, ze kunnen niet ongedaan worden gemaakt: de geschiedenis en tijd zijn niet-reversibel.

5 - Documentatie

Het laatste maar niet onbelangrijkste punt dat ik in dit verband wil aanroeren is de documentatie. Vaak de hekkesluiter bij restauratie. Is er in het gunstigste geval enige vorm van documentatie dan valt te betwijfelen of deze wel die waarde heeft die het pretendeert te hebben. Ik zal kort zijn - zelden heb ik een restauratie-verslag gezien dat alle toetsen der kritiek kan doorstaan: dat een goede weergave is van een samenwerking tussen conservator en restaurator, waar een duidelijk restauratieplan in is opgenomen en waar aangegeven is waarom in een bepaald geval van dit plan moest worden afgeweken, waar de juiste terminologie wordt gebruikt, waar weergegeven is welke materialen en producten zijn toegepast, een bijna minutieuze beschrijving bevat van de aangetroffen constructies en aangetroffen materialen, ondersteund door foto's - ook nog tijdens de restauratie, en heldere tekeningen, en waar een volledige verantwoording wordt afgelegd vooral voor het waarom van de uitvoering van de werkzaamheden Ik weet zo'n verslag kost tijd, veel tijd, en is daarom zeer kostbaar. Dit betekent overigens niet dat we dus maar niet moeten documenteren. Het moet een aansporing zijn om te blijven zoeken naar een aanvaardbaar compromis.

samenvattend

De boek- en papierrestauratie heeft in Nederland sinds begin jaren tachtig een grote mentaliteitsverandering ondergaan in vergelijking met de jaren daarvoor. In plaats van de toen gebruikelijke, vaak ondoordachte, grondige ambachtelijke aanpak, zijn we gekomen tot een meer beredeneerde benadering van de boek- en papierrestauratie. Indachtig het relatief geringe percentage van de gehele boekproductie uit de middeleeuwen waarover wij heden ten dage nog kunnen beschikken en gezien het zeer kleine percentage wat zich daarvan nog in een originele niet gerestaureerde staat bevindt - kan niet anders geconcludeerd worden dat we zeer terughoudend moeten zijn in het laten restaureren van dit deel van ons culturele patrimonium. Ik heb mij bewust bij tijd en wijlen, misschien wat al te terughoudend opgesteld t.a.v. van restauratie. Ik heb dit niet gedaan omdat ik restauratie ten alle tijden wil uitsluiten, integendeel er zijn voldoende stukken waaraan het overduidelijk is dat er ingegrepen moet worden. Maar ik heb geprobeerd bij u, voor zover nog niet aanwezig, een proces van bewustwording op gang te brengen en duidelijk te maken dat er, zoals aan vele zaken ook een achterkant is van het restaureren. En dat er een theoretisch kader moet zijn waarbinnen restauraties verricht dienen te worden, dit betekent niet een dogmatisch stelsel van regels. Maar een kader gebaseerd op, zoals als Ernst van de Wetering het eens heeft geformuleerd: denken en praten óver het denken en praten over restauratie, M.a.w. denken en praten over het hoe en (vooral) over het waarom van de restauratie.







 

www.archiefdiensten.be

www.archiefhulp.be

www.bibliotheekdiensten.be

www.bibliotheekhulp.be

www.boek-in-nood.be

www.boekbindatelier.be

www.boekendokter.eu

www.boekenkliniek.eu

www.boekenwacht.be

www.boekhersteller.be

www.boekinnood.be

www.boekrestaurator.be

www.calamiteitenplan.be

www.conservator-restaurateur.be

www.cores-atelier.be

www.coresateliers.be

www.red-een-boek.be

www.restauratieateliers.be

www.restauratievakman.be

www.restauratoren.be

www.schimmelbehandeling.be

www.ziekeboeken.be

www.boekenrestaurateur.be

www.boekrestaurateur.be

www.papierrestaurator.be



_____________________
Welkom bij restauratieatelier Dumarey
_____________________
Opzoek naar een boekrestaurator of papierrestaurator voor de restauratie van al uw stukgelezen of kapotte boeken en gescheurde gravures of vergeelde prenten.
Dan heeft u hier het juiste restauratieatelier gevonden.
_____________________
Restauratieatelier Dumarey
Stationsstraat 58 - 8460 Oudenburg
T: 059 26 55 40
info@papier-restauratie.be
www.papier-restauratie.be

boekrestaurateur, boekrestaurator, boekenrestauratie
restauratieatelier voor boeken en papier
restauratie van charters
restauratie van waszegels, charters
boekrestauratie, boekrestaurator, boekrestaurateur
boekrestaurateur, boekrestaurator, boekenrestauratie
boekrestaurateur, boekrestaurator, boekenrestauratie
Copyright © 2014 Restauratieatelier Dumarey. All Rights Reserved.